STAMPVOETEN

Een statige oudere heer klaagt over de dochter van de bovenburen. Zij stampt met lopen. De buurvrouw beloofde al eens beterschap, maar dat duurde kort. Een andere buurvrouw heeft bemiddeld en weer ging het maar even goed. Nu weet hij het niet meer. Nog een keer praat, ziet hij niet zitten. Dat helpt toch niet. Niettemin laat hij zich overhalen door buurtbemiddeling, hij heeft weinig te verliezen.

Als de bemiddelaars bij de bovenbuurvrouw aanbellen, volgt een emotioneel verhaal. Ze is het jarenlange geklaag van de buurman meer dan zat. Ze wijst op haar pantoffels en het vergeelde briefje op de deur zachtjes dichtdoen. Ze loopt op haar tenen, maar het is nooit goed. Ze wordt er zenuwachtig van. De buurman bonkt op de meest vreemde momenten keihard tegen het plafond. Eens schrok ze zo dat ze een dienblad met kopjes liet vallen. Eigenlijk wil ze niet meer met hem praten, maar ze snapt dat het zo ook niet verandert. Ook zij stemt in met een bemiddelingsgesprek.

Het bemiddelingsgesprek verloopt erg moeizaam. De man had gedacht in een 55+ woning te komen. Hij voelt zich belazerd door de woningcorporatie. Het is veel minder rustig dan hij dacht. Hij erkent dat zijn buurvrouw daar weinig aan kan doen. Zij vindt het vervelend voor hem en legt uit dat ze echt haar best doet, maar dat de huizen gehorig zijn. Maar om zes uur ‘s ochtends begint 'het al, dat is toch niet normaal! roept hij boos. De vrouw vertelt dat haar vriend dan naar zijn werk gaat. Na een half uur is het weer muisstil. Hij erkent dat. Uiteindelijk maken beiden afspraken. De vrouw zal haar dochter op het hart drukken geen lawaai te maken, ook niet als ze alleen thuis is.

Tevens zal ze waarschuwen als ze bezoek krijgt. De buurman belooft om niet meer tegen het plafond te bonken. Hij krijgt het telefoonnummer en zal bellen als hij last heeft.

Na een paar weken gaat het mis. De man krijgt de vriend aan de telefoon en die weigert de buurvrouw te roepen. Verontwaardiging alom. Opnieuw wordt contact opgenomen met buurtbemiddeling. Er volgt een tweede bemiddelingsgesprek, dit keer met de vriend erbij. Na een heftige woordenwisseling, volgt erkenning van de fouten.

De afspraken worden herbevestigd. Een maand later blijken ze wel nog te werken. Beiden zijn erg blij dat ze toch hebben gepraat. De buurman hoort nog wel wat, maar weet nu dat dan de vriend naar zijn werk gaat. Ook de buurvrouw is opgelucht. Het heeft enorm veel met me gedaan.


Bij buurtbemiddeling bestaat geheimhouding. Bovenstaand voorbeeld komt uit een andere gemeente in Nederland. De namen en omstandigheden zijn vanwege de privacy veranderd. Heeft u zelf overlast van uw buren of bent u verwikkeld in een burenruzie en wilt u werken aan verbetering of aan een oplossing? Bel dan naar Buurtbemiddeling Goes telefoonnummer 0113 -277 111.

HERRIESCHOPPER OF ZONDEBOK ?

Mevrouw Van Wijk belt naar buurtbemiddeling met de klacht over haar bovenbuurvrouw. Als de buurtbemiddelaars bij haar langskomen, somt ze een reeks van ergernissen op: de buurvrouw zet de kopjes keihard op het aanrecht, ze slaat met de keukenkastjes, ze stampt op de trap, ze schuift met de meubels en haar was drupt op haar balkon. En ze doet het allemaal expres, om haar te pesten. Waarom zou de buurvrouw haar willen pesten, vraagt de persoon van buurtbemiddeling. Is er dan iets tussen hen voorgevallen?


Van Wijk vertelt dat ze al tien jaar buren van elkaar zijn. Vroeger was het contact goed. Ze dronken af en toe een bakje koffie bij elkaar en leenden van elkaar gereedschap en andere spullen. Sinds mevrouw van Wijk gescheiden is, is de relatie tussen de vrouwen bekoeld. “Ik denk dat ze bang is dat ik haar man in pik,” zegt mevrouw van Wijk. Ze verwijt de buurvrouw dat zij haar in de steek heeft gelaten op het moment dat ze het moeilijk had. De vrouwen praten nu helemaal niet meer met elkaar en ze groeten elkaar niet in het trappenhuis. Dat vindt mevrouw van Wijk vervelend.


Daarna gaan de buurtbemiddelaars op bezoek bij de bovenbuurvrouw. Mevrouw Nagel reageert boos op de klachten van de buurvrouw. “Waar heeft ze het in vredesnaam over? Ik en mijn man zijn overdag nooit thuis en in de avond leven we normaal. Het zijn gewone leefgeluiden die iedereen wel eens hoort. Bovendien klaagde de buurvrouw vroeger nooit over geluidsoverlast en nu ineens wel. Het zit bij haar duidelijk tussen de oren! “ De vrijwilliger van buurtbemiddeling vraagt wat ze hiermee bedoelt. Mevrouw Nagel vermoedt dat de buurvrouw jaloers op hen is. “Zij is gescheiden en kan het moeilijk verkroppen dat wij nog samen zijn. Ze heeft het contact tussen ons zelf verpest, omdat ze steeds zat te stoken tussen mij en mijn man. Bij mij is ze niet meer welkom!” Mevrouw Nagel heeft de indruk dat de buurvrouw eenzaam is en al haar frustraties op hen afreageert. “Ik denk dat de muren op haar afvliegen”. Aanvankelijk voelt ze helemaal niet voor een bemiddelingsgesprek. Uiteindelijk gaat ze toch overstag, omdat ze het zat is dat de buurvrouw steeds op de muur bonkt. Misschien kan een gesprek er voor zorgen dat deze waanzin ophoudt.


Uiteindelijk zitten de twee vrouwen tegenover elkaar aan tafel met in het midden twee neutrale bemiddelaars. De bemiddelaars vragen hen om beurten te vertellen wat hen dwars zit. Mevrouw van Wijk steekt meteen van wal. Op een fanatieke manier brengt ze haar klachten over de geluidsoverlast naar voren. De bemiddelaars moeten haar afremmen om buurvrouw Nagel de kans te geven haar verhaal te doen.
Buurvrouw Nagel verzekert mevrouw van Wijk dat ze geen bewuste overlast veroorzaken. Dat ze net zo leven als in die tien jaar daarvoor. Er is niets veranderd, ze begrijpt het niet.


Hoe komt het dat mevrouw van Wijk zo  boos is op haar bovenbuurvrouw? Heeft dat puur en alleen te maken met de overlastklachten? Buurvrouw van Wijk spreekt nu aar teleurstelling uit over het feit dat de buurvrouw haar heeft laten stikken toen ze ging scheiden. “Niemand stond voor mij klaar, ik stond er helemaal alleen voor.” Ik begrijp dat u eigenlijk het contact met uw buurvrouw mist?” vraagt de bemiddelaar. Deze vraag verrast haar. Er valt een diepe stilte, schoorvoetend en timide zegt ze: “Ja ik vond het vroeger gezellig als we samen koffie dronken.” Nu is het de beurt aan buurvrouw Nagel om van verbazing van haar stoel te vallen. “Je hebt het er zelf naar gemaakt dat we het contact met je verbroken hebben.” Zoals je op de bank zat te slijmen met mijn man, walgelijk gewoon. En al die ingebeelde klachten waar je ons mee bestookt. Ik heb er schoon genoeg van!” Betekent dat dat u geen contact met uw buurvrouw wil? Mevrouw Nagel zegt dat er al te veel is gebeurd tussen hen, dat de buurvrouw problemen heeft in haar eigen leven. Die zij niet kan oplossen. Ze wil zich daar ook niet voor laten gebruiken. De buurvrouw moet de hand in eigen boezem steken.


Het lukt de bemiddelaars niet om de vrouwen dichter bij elkaar te krijgen. De bemiddelaars maken een eind aan het gesprek. In deze burenruzie lijkt het er op dat buurvrouw van Wijk ongelukkig en eenzaam is en dit afreageert op haar buren. Na het gesprek besluiten de bemiddelaars om met iedere buur apart te praten.
Hoewel de bemiddelaars het besluit van mevrouw Nagel om geen contact te willen met de buurvrouw respecteren, vragen ze haar om toch gewoon te groeten. Dat wil ze wel. Van buurvrouw van Wijk krijgen ze te horen dat ze weinig omhanden heeft. De bemiddelaar grijpt deze openhartigheid aan om wat tips te geven, “is vrijwilligerswerk niet iets voor u”, om uw leven wat meer zin en inhoud te geven. Na een maand bellen de bemiddelaars op om te horen hoe het de buurvrouwen vergaat. Mevrouw van Wijk zegt dat de geluidsoverlast de laatste tijd minder is. Ook is ze een cursus bloemschikken gaan doen en bezoekt ze elke week een aardige bejaarde dame als vrijwilliger, wat ze erg leuk vindt. En buurvrouw Nagel merkt dat het gebonk in de avonduren nagenoeg is opgehouden. Ze groet de buurvrouw als ze haar in het trappenhuis tegenkomt en knikt haar vriendelijk toe.

EEN BUURTDOMINEE EN FRANS BAUER

Op het moment dat de familie van Doorn bij buurtbemiddeling aanklopt, is de relatie met de buurman op een absoluut dieptepunt beland. De heer en mevrouw van Doorn en hun twee kinderen lijden al ruim twee jaar onder de geluidsterreur van buurman Schippers. In het begin vraagt meneer van Doorn hem nog argeloos of hij zijn klompen kan uitdoen als hij midden in de nacht de trap op klost. Daarna wordt de herrie alleen maar erger. Minstens drie keer in de week zit het hele gezin beneden in de huiskamer te wachten tot de muziek van André Hazes of Frans Bauer eindelijk verstomt. De woningbouwvereniging stuurt tevergeefs een vriendelijk verzoek om rustiger aan te doen. De wijkagent komt ook af en toe langs. Dan is het even stil, maar vervolgens neemt het lawaai weer in volle hevigheid toe.
Nadat de familie van Doorn de politie heeft ingeschakeld, begint buurman Schipper te treiteren: hij scheldt en dreigt, gooit hondenpoep in de tuin en claxonneert midden in de nacht uitgebreid onder hun slaapkamerraam. Mevrouw van Doorn krijgt psychische klachten, het werk van meneer van Doorn lijdt eronder, ze krijgen ruzie over de kleinste dingen “Het ging ons leven beheersen,” zegt mevrouw van Doorn”. Ten einde raad klopt de familie bij Buurtbemiddeling aan. De bemiddelaars luisteren naar het verhaal Het conflict is al behoorlijk geëscaleerd. Ze vragen zich af de stellingen in deze loopgravenoorlog nog wel verlaten kunnen worden. Maar ze besluiten het er op te wagen.
Als Buurtbemiddeling bij meneer Schippers aanbelt, krijgen ze eerst de volle laag over zich heen. Buurman Schippers heeft het idee dat “die pestkoppen van hiernaast” opnieuw iemand op zijn dak hebben gestuurd. Hij tiert en hij raast en loopt helemaal rood aan. Als de bemiddelaars zeggen dat ze niet komen om hem aan te klagen, maar om naar zijn verhaal te luisteren, draait hij bij en laat hij hen binnen. Hij vertelt dat hij een zware baan heeft als hulpkok in een restaurant. Hij maakt lange werkdagen en als hij dan ’s avonds laat thuiskomt, wil hij graag even relaxen met een lekker biertje en wat muziek. Is daar soms wat op tegen? Maar die zeikburen van hem gunnen hem zijn ontspanning niet en hebben van het begin af aan zijn avonden vergald door steeds te klagen. “Toen ze de politie op me afstuurden, is er bij mij iets geknapt. Nu is het oog om oog, tand om tand.” Echt plezierig vindt hij de situatie ook niet. Maar ze hebben er zelf om gevraagd. Hij weigert aan tafel te gaan zitten met die ‘zeiklui van hiernaast”. Er valt niks te bepraten.
Drie weken later belt Schippers op naar Buurtbemiddeling. Hij heeft nogal wat problemen op zijn werk en kan op dit moment dat gedoe met die buren er niet bij hebben. Hij vraagt alsnog om een bemiddelingsgesprek. Uiteindelijk zitten meneer Schippers en meneer en mevrouw van Doorn met twee bemiddelaars aan tafel. De bemiddelaars leggen eerst de regels uit. Alles wat op tafel komt blijft geheim, de bemiddelaars kiezen geen partij en er wordt niet gescholden of gedreigd. Ze nodigen de buren uit om eerst hun verhaal te vertellen, zonder dat ze elkaar in de rede vallen.
Meneer van Doorn zegt dat hij iedere dag vroeg opmoet en dus bijtijds naar bed gaat. Vanwege de muziek van de heer Schippers slaapt hij vaak pas rond twee uur in de nacht. Zijn werk vraagt grote concentratie en vanwege een chronisch slaapgebrek begint hij fouten te maken. Het lawaai en het getreiter van meneer Schippers veroorzaken grote spanningen in zijn gezin. Zijn vrouw slikt kalmerende tabletten en voelt zich niet langer veilig in haar eigen huis. Ze is bang dat de buurman zijn dreigementen om hen een kopje kleiner te maken ook echt een keer zal uitvoeren.
Meneer Schippers staart nu niet langer uit het raam. Hij richt zich tot meneer van Doorn. “Je kunt niet verwachten dat iedereen zich maar aanpast aan jouw werktijden. Ik werk vooral in de middag en in de avond en ik heb er recht op om thuis te kunnen ontspannen op de manier zoals ik dat wil. Vanaf het begin dat ik hier kwam wonen, deed je net als of je de buurtdominee was. Ik mocht dit niet en ik mocht dat niet. Maar je even netjes voorstellen als buren, dat was er niet bij.” “Dat heeft u erg dwars gezeten,” springt de bemiddelaar in. “Ja zeker,” beaamt meneer Schippers. “Ik wil best rekening houden met mijn buren, maar ik wil niet behandeld worden als een snotjongen, die door zijn vader bestraft wordt.”

De bemiddelaars constateren dat het niet alleen gaat over de inhoud van de klacht, maar ook over de manier waarop die klacht is geuit. Dat is een belangrijke constatering en het gesprek neemt nu een andere wending. Het bemiddelingsgesprek is te kort om al tot onderlinge afspraken te komen. Zo ver zijn de buren nog niet. Maar in het gesprek is al veel bereikt: beide buren zetten hun angst en woede opzij en hebben de moed gehad om met elkaar aan tafel te gaan zitten; het is voor het eerst sinds anderhalf jaar dat ze met elkaar praten en ze hebben nieuwe dingen gehoord. De basis is gelegd voor onderlinge afspraken in een tweede gesprek.

EEN KRONKELWILG EN EEN PLAATJE ANTON PIECK

De heer Versluys belt naar buurtbemiddeling. Hij heeft een klacht over een boom van zijn buren, de familie van Santen. Als iemand van buurtbemiddeling een bezoek aflegt, blijkt het om een kronkelwilg te gaan, die precies in het midden van de twee voortuinen staat.
Ooit in gezamenlijk overleg geplant door zijn vorige buren en de familie van Santen.
“Daar heb ik niets mee te maken, wij hebben die rotboom nooit gewild. Als u eens wist hoe hard die krengen groeien. In de zomer neemt de boom ons licht weg en in de herfst vallen de bladeren op ons tuinpad en op onze auto. Als het stormt, zwiepen de takken tegen ons raam en schrikken wij ons rot.
Meneer Versluys heeft de buurman een aantal keren gevraagd of hij de boom niet weg wilde halen. Maar dat wil de buurman niet. Uiteindelijk verliest hij zijn geduld. Tijdens een weekend dat de buren met de caravan weg zijn, snoeit hij alle takken aan zijn kant van de tuin drastisch weg. Als de heer en mevrouw van Santen terugkeren van een weekendje weg, reageren ze kwaad. Versluys: meneer van Santen stond hier aan de deur te vloeken en te tieren en zei dat hij een aanklacht ging indienen wegens vernieling. Sinds deze gebeurtenis is de relatie tussen de buren aanzienlijk slechter geworden. Ze groeten elkaar niet meer en beiden proberen andere buren van hun gelijk te overtuigen.
Het echtpaar van Santen blijken echte groenliefhebbers en zijn blij met iedere boom die de toch al kale buurt opvrolijkt. De kronkelwilg hebben ze vijf jaar geleden geplant in overleg met hun toenmalige buren. Ze genieten van het uitlopende groen van de takken in het voorjaar, met Pasen versieren ze de boom met gele linten en als het sneeuwt, lijkt het wel een plaatje van Anton Pieck. Kortom: ze zijn erg gehecht aan hun boom. Ze weten dat de buren zich storen aan het groen en proberen dus regelmatig de boom te snoeien. ‘Maar voor de familie Versluys gaat het nooit ver genoeg.
Beide buren weten niet hoe ze hier uit moeten komen. Het lijkt er op dat ze een totaal ander idee van een mooie tuin hebben. De tuin van Van Santen vertoont een weelderige aanblik, terwijl de tuin van Versluys verdeelt is in keurige perken, omgeven door een kaarsrechte heg. Hoewel beide buren een machteloos gevoel hebben over de oplossing, gaan ze akkoord met een bemiddelingsgesprek. Tijdens dit gesprek komen er ineens nieuwe gevoeligheden boven tafel. Buurman Versluys stoort zich er enorm aan, dat de buren hun beloftes niet nakomen. ‘ze hebben me gezegd dat ze de wilg zouden snoeien'. Maar vervolgens gebeurt er niets. Hij heeft het gevoel dat de buren een spelletje met hem spelen en hem niet helemaal voor vol aanzien.
Nu vraagt de bemiddelaar aan de heer en mevrouw van Santen of dit beeld van de buurman klopt. De heer van Santen: ‘Het is niet dat we gelogen hebben, alleen hadden we het allebei zo druk, dat we er niet aan toe gekomen zijn. Ik was vast van plan om de wilg te snoeien. Hij zegt nu rechtstreeks tegen de buurman, dat hij hem echt wel serieus neemt. Maar kan de buurman zich misschien voorstellen dat de boom hem aan het hart gaat? En dat ze nu beiden opgescheept zitten met een verminkte wilg, die er niet uitziet? Schoorvoetend beaamt de buurman dit. Zuinigjes merkt hij op dat hij in een drieste bui misschien wel wat drastisch te werk is gegaan. Zijn vrouw voegt er aan toe dat ze het heel erg vindt dat de buren sinds die tijd niet meer met elkaar praten. De tranen schieten nu in haar ogen. ‘Ik kan niet tegen ruzie.
De familie van Santen heeft inmiddels haar woede laten varen. Ze snappen dat de buurman in een vlaag van boosheid en onmacht heeft gehandeld. De kwestie van de wilg moet nu voor de toekomst goed geregeld worden. De heer van Santen snoeit de wilg nog verder terug, zodat de kaalheid niet meer opvalt. Dan mag de wilg weer uitgroeien. Tot het moment dat de takken tegen de ramen van Versluys kunnen zwiepen. Ze maken de afspraak om in de herfst gezamenlijk de bladeren weg te halen. De vrouwen spreken onderling af om weer eens koffie bij elkaar te drinken. En de mannen beloven om ergernissen direct uit te spreken en niet te laten smeulen. De sfeer is nu heel anders dan in het begin van het gesprek. De bemiddelaars spreken af om over drie maanden te bellen om te informeren hoe het gaat.

SPELREGELS

De wijkagent heeft Henk verwezen naar buurtbemiddeling, omdat de kinderen van buurvrouw Riet hem overlast bezorgen. De vrijwillige buurtbemiddelaars gaan na het gesprek met Henk naar Riet. Riet is daar eerst heel boos over, maar als ze hoort dat ze haar niet komen aanklagen en dat bij bemiddeling ook haar verhaal aan bod komt, stemt Riet toe. Maar niet van harte. Het is toch een junk!"

In het bemiddelingsgesprek geeft Henk zijn drugsverleden toe, maar zegt alleen nog soft drugs te gebruiken. Hij noemt zich muzikant en is blij eindelijk een nette woning te hebben gevonden. De buurt kijkt er wat anders tegenaan. In het tuintje waar hij zo trots op is, ligt vaak troep. Kinderen smeren hondenpoep op zijn ramen en hebben zijn fiets gemold. Vooral die van Riet zijn de raddraaiers. Henk kan agressief reageren en heeft gedreigd al haar ruiten in te gooien.

Bij de start van het bemiddelingsgesprek straalt de spanning van de gezichten. De twee bemiddelaars sommen eerst de spelregels op. Er is vrijheid van spreken, ieder op zijn beurt, emoties zijn O.K., maar met respect naar elkaar. Geen scheldpartijen, geen bedreigingen. Alles wat gezegd wordt is vertrouwelijk en blijft binnenskamers. Met een wel heel erg kort knikje gaan beiden akkoord.

Henk mag beginnen, maar Riet valt vrijwel direct in de rede. Een bemiddelaar grijpt in. Uit laten praten, hoort er ook bij. Als ik u goed begrijp wilt u graag rustig wonen, de tuin laten bloeien en met rust gelaten worden", vat de bemiddelaar Henks relaas samen. Hoe is dat bij u?" vraagt zij aan Riet. Met wietplanten zeker", sneert die in een stroom van verwijten.

De bemiddelaar laat zich niet uit het veld slaan en weet met open vragen en via herformuleren een aantal verwijten om te buigen in wensen. De buren ontdekken dat ze allebei rust en netheid belangrijk vinden, ook al verschillen hier en daar de opvattingen. Riet erkent dat het lange haar van Henk en zijn magere postuur haar erg aan junks doen denken. Ze heeft dat niet onder stoelen of banken gestoken. En in de buurt kreeg ze veel bijval.

Er valt een stilte en de bemiddelaars laten dat zo. Henk verbreekt die als eerste en nodigt Riet uit om een keer koffie te komen drinken. Dan kan je meteen zien hoe mijn huis er uit ziet." Een beetje aarzelend neemt Riet de uitnodiging aan, dit is ineens wel erg de omgekeerde wereld. De bemiddelaars vragen of het zo goed is. Als beiden instemmen, maken ze een afspraak voor een vervolggesprek. Voor het geval dat het nog nodig mocht zijn.